donderdag, december 09, 2004

Hier de electronische versie van een artikel dat ik schreef voor het Capgemini magazine Face to Face. Gaat over hoe we kunnen leren van het offshore ontwikkelen van systemen. En reken maar dat we kunnen leren. Hoewel er genoeg opinion leaders zijn die denken dat de arme, koelie-achtige Indiërs het domme sleurwerk gaan doen, terwijl het diep ontwikkelde Westen zich straks nog uitsluitend zal buigen over hoogstaande, innovatieve uitdagingen. En dat is dan best weer een aanmatigende houding voor een land dat nog maar enkele weken geleden Pim Fortuyn koos tot Grootste Nederlander Ooit.

De Grootste Indiër is Gandhi.

Ontnuchterende vergelijking. Zij Gandhi. Wij Fortuyn. Ja, ik denk dat we nog wel wat kunnen leren. Zomaar een gevoel.
Soms vergeet je wel eens wat het nut van Internet is. Maar gelukkig zijn er bedrijven als KPN die je oorverdovend terugtoeteren naar de realiteit. Gisteren moest ik naar het postkantoor. Er waren twee pakjes (gratis oudejaarsloten en een paar boekjes over het verband tussen de Totale Liefde en verkoudheid, niet doorvragen graag) tevergeefs bij mij aangeboden. Of ik even snel langs wilde wippen om de artikelen efficiënt en zakelijk alsnog in ontvangst te nemen.
Je komt dan in het regionale postkantoor. De hal maakt een volgepropte indruk, alsof je bij de incheckcounter van Easyjet staat, zeg maar. Je wordt geacht een volgnummer te trekken. Ik heb nummer 76. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat zojuist nummer 51 aan de beurt is. Er houdt zich op dat moment één KPN-medewerker bij de balie op. Die is zo te zien met een klant bezig met een geanimeerde discussie over de voors en tegens van lijfrentes in een gebalanceerd pensioenbeeld, hoe zich dat in de loop van de jaren gaat ontwikkelen en wat de omringende landen daarvan vinden. Op een bankje zitten twee oude dames verheugd de drukte in zich op te nemen. 'Ach' zegt er een overdreven hard 'we hebben geen mannen meer, geen werk en de kinderen zijn de deur uit; waarom zouden we haast hebben?'. Er komt na enige tijd een tweede, mat ogende KPN-medewerker aangesloft. Zuchtend drukt hij op het knopje. Nu is warempel numer 52 aan de beurt. Al enige tijd staat een derde medewerkster ontspannen koffie te drinken achter de balie. Met veel belangstelling monstert ze het aanzwellende gezelschap. 'Ja ja' roept ze naar haar collega 'mijn bel doet het weer eens niet, dus ik kan helaas niemand helpen'. Ze haalt haar schouders op, zichtbaar aangeslagen door deze verpletterende werkelijkheid. Pas twintig minuten later komt een monteur uit het magazijn geslenterd die met enkele onduidelijke handelingen de bel weet te repareren.
In de tussentijd ben ik in een diepe Boeddhistische modus geraakt. Niet omdat ik zo Verlicht ben, maar omdat ik anders willekeurige passanten tegen de grond ga slaan. Met een diep gevoel van warmte zie ik klanten die speciale, niet bestaande winterzegels willen bestellen en vrouwen die slecht functionerende keukenmachines terugsturen naar Wehkamp en aan de baliemedewerkster gaan uitleggen welke recepten door het gebrekkige functioneren onmaakbaar bleken te zijn. De twee gepensioneerde dames zijn ondertussen ook aan de beurt en hebben besloten dat de gifbeker helemaal leeg moet. Na achteloos wat brieven te hebben laten frankeren beginnen ze de meest inventieve vragen te stellen aan de wel zeer hulpvaardige KPN'er. Het gaat onder andere over pakketpost, restituties en telefoonabonnementen. Heel leerzaam, moet ik zeggen.

Na een uur mag ik zelf.

Nadat ik zonder veel succes aan omstanders heb gevraagd of ze niet voor willen, besluit ik mijn pakjes in ontvangst te nemen. Ik heb mijn zaken in minder dan een minuut afgehandeld. Best een leeg gevoel als je dan uiteindelijk buiten staat. Daar is het al bijna weer donker aan het worden.

maandag, december 06, 2004

Er zijn zo van die vormen van vertier die je maar beter niet online kunt zoeken. Neem bijvoorbeeld het zogenaamde Casino: een verschijnsel dat mij tot voor gisteren net zoveel zei als de eerste twintig regels van het volkslied van Jutland. Maar toen was ik nog nooit in het Holland Casino in Scheveningen geweest. Mijn vriendin wel. Die heeft zo'n beetje de spelregels uitgevonden en schijnt ook als aannemer het feitelijke pand te hebben gebouwd. Dus daar zat van nature iets meer affiniteit met het onderwerp, als het ware.
Gisteren kwamen we dan uiteindelijk met zijn tweeën in het betreffende pand terecht. Mijn vriendin voerde zwijgend en opmerkelijk ervaren een biljet van 10 euro in een zogenaamde fruitautomaat in. Daarna bleef ze in een staccato tempo op één bepaalde knop drukken (er waren er veel meer, maar die leken geen significante rol te spelen). In de 3 minuten die ontrolden werd het me door haar goedkeurende gemompel wel duidelijk dat het spel zich in de goede richting ontwikkelde. We bleken gelijk al 60 euro te hebben gewonnen, dus van het feit dat ik niets had begrepen van de spelregels en/of de hard- en software, kon ik op dat moment maar matig wakker liggen. Als bij toverslag voelde ik een warme sympathie ontstaan met dit doordachte, ja bijna sociaal relevante spel.

Wat later raakten we aan de bar in gesprek met een gokker die met zijn arm in een professioneel ogend verband liep, inclusief ijzeren klemmen en staven. 'Van een kasteel gevallen' vertelde hij ons 'dan krijg je dat'. We hebben nog lange tijd glazig voor ons uit zitten staren. Nu nog, trouwens.

donderdag, december 02, 2004

Het is wel niet een IT-onderwerp, maar waarom zou ik niet mijn trots op mijn nieuwe kunstaanwinst met de buitenwereld delen? Op mijn museumpagina vanaf heden te bekijken: 'Uitvliegen' van de aanstormende surrealist Peter van Oostzanen.


Ik vind het een geruststellend idee dat de wetenschap meer dan ooit bezig is met het uitvinden van maatschappelijk relevante innovaties. Wat te denken van een mobiele telefoon die je na gebruik in de grond kunt stoppen en na verloop van tijd uitgroeit tot een zonnebloem? Het geheim blijkt onder het plastic omhulsel te zitten in de vorm van zaadjes. Het plastic vergaat na enkele weken (ik weet ook niet waarom, mijn ouders vertelden me altijd dat dit met plastic zeker niét zou gebeuren) en geeft daarna de zonnebloempitten de vrije ruimte. Charmante wereld krijg je zo. Verroeste auto's worden tot fiere berken en computers groeien uit tot bessenstruiken. Nu nog verouderde besturingssystemen die als mest kunnen dienen; ik weet zeker dat die verbinding moeiteloos gelegd kan worden.