donderdag, november 18, 2010

This blog is continued at www.tolido.com

My blog is now an integral part of tolido.com. Please go there for the latest!

zondag, september 19, 2010

Dreamed a Dream

The other night, I had a terrible nightmare. The bell rang. Two international software gurus stood at the doorstep (no wait, it gets even scarier than that). They asked me if I wanted to be a jury member. The thing was, they told me, everybody felt that it was high time for a new breakthrough in programming languages. Years and years the same, there was a clear lack of pezaz in the industry. So somebody had launched the idea of a talent competition, in the style of American Idol, the X Factor and Britain‘s Got Talent, in which programming languages had the chance to present themselves. It sounded good to me and I had nothing much better to do anyway. I cancelled the few boardroom meetings I had that day and went along with the software gurus. At the studio, I found that Paula Abdul was a jury member as well. To me, this was just another confirmation of the incredible, multiple talents this lady has.

We endured waves and waves of auditions. There were many cool dudes and dudettes with low-hanging jeans, tattoos and in general a surfing look & feel. We saw Python, PHP and the very hip duo Ruby and Rails. Also, there was the 12-year old teenage star Go: despite her age and lack of experience already in the priceless possession of an arrogant attitude. Smart beats, excellent copy work, but a bit empty: we saw many like that passing by.

Then, a grumpy guy entered the stage. He looked at us contemptuously from behind his glasses, as if he felt that it was nonsense having to do this audition. Sighing, he unpacked an impressive number of instruments. He started to set up his gear. Lots of stuff had to be tuned, configured and connected. A complex task, that much was clear. Every now and then, we got a disdainful look. We were amateurs, and he wanted us to realise this. After 15 minutes, still no note was produced. The jury president was already sound asleep but suddenly woke up and sounded the horn. Time was up. Java shrugged his shoulders, like he couldn’t care less. He left the podium, shaking his head.

Later on, an almost similar incident happened with C#. Never mind that.

A lot of improvising was going on. There were the cousins Visual Basic, ASP and Javascript, each with quite frivolous acts. Talent they had, I will admit that. Also, they had a very good feeling for what pleased the crowd. If necessary, they would completely change their performance half way, if that gave more applause. Without hesitation, Javascript jumped in the arms of miss Abdul to deliver a crazy trumpet solo. She had to giggle (which I thought was very charming). All sorts of things went wrong during the performances and nothing much seemed to be rehearsed. But the audience wrecked the place and there were some standing ovations.

Then there were the 4GL exotics. Inconceivable inventors that seemed to have spent years at home – in complete isolation – to create their act. And many local programming contests they had won indeed with their powerful, generating tools. But everybody was performing in his own, self-invented language that nobody else understood. “Nice for in the country side” miss Abdul mumbled “but this just won’t cut it in the big city”. Well, she ought to know.

We saw many other auditions. There was this arty girl from the Bay Area named Flash who delivered a stunning, avant-garde performance in a very fancy dress. But rumour had it that the biggest music publisher in the world had stopped supporting her. And there was the magic mystery act of Apex. Claiming that all her instruments were ‘high in the sky’ she somehow managed to produce the sound of a full band with nothing on stage. Several people in the audience suspected fraud and demanded disqualification.

Just before the end, an older man with greyish hair came on the podium. Muffled chuckling could be heard. The jury member asked him what he did for a living. “I am an assistant clerk for already 45 years” he declared proudly. Somebody in the audience burst out in hysterical, uncontrolled laughter. Then Cobol started to sing: a complex, beautiful aria, delivered slowly but surely in the most flawless way. Impressive, although some people openly doubted the ‘X factor’ of this amiable gentleman.

Now it was time to judge. It was a mess and I will not bother you with the details. In the end, it was a tie and I had to make the final decision. There was shouting from everywhere. I was sweating all over. "Don't worry" miss Abdul whispered in my ear “nobody is watching this nonsense anyway”.

I woke up, screaming. The bell rang. Two international software gurus stood at the doorstep. A recursive dream. All I needed.

This week published on Capgemini's CTO blog

Businesspreventie

Businesspreventie. Echt zo’n modieus, hysterisch adviesthemaatje waar iedereen een mening over heeft. De bladen staan vol met vrijblijvend gekwetter over het hoe en wat. Maar probeer het eens over concrete stappen te hebben. Dan stroomt het plein om je spontaan leeg. Ik prijs me daarom gelukkig te kunnen praten met een projectleider die in de praktijk met businesspreventie bezig is.

We spreken af in de lobby van een grote organisatie. Daar is net de eerste stap van een ingrijpende transformatie afgerond. “Niemand houdt van verandering” bezweert de projectleider. Zijn blik dwaalt af naar de uitgang, waar hij net in een straf tempo 3 sigaretten heeft weggewerkt. “Maar in deze tijden kon niemand er meer omheen. De organisatie was hopeloos versplinterd. Ontelbare afdelingen, allemaal vol goede wil op hun eigen gebiedje gericht. Totaal blind voor de omgeving. Vaak realiseerden de mensen zich niet eens dat ze ook met businesspreventie bezig waren. Laat staan dat ze de krachten bundelden”.

Hij geeft me wat voorbeelden. “Neem Juridische Zaken. Daar zijn ze hier nota bene tegelijkertijd aan de vraag- en aanbodzijde met businesspreventie aan de gang. Met het 100% willen doorgronden van alle juridische eventualiteiten kun je elke offerte naar de klant met maanden blokkeren. Of zelfs helemaal afblazen. En op dezelfde manier kun je toeleveranciers zodanig de duimschroeven aandraaien dat niemand meer zaken met je durft te doen”. Hij mijmert even weg. “En dan heb ik het nog niet eens over patenten gehad. Een fascinerende wereld waarin complete afdelingen elkaar bezig houden zonder een cent omzet te creëren”.

Dan gaat hij rechtop zitten. “Maar ik dwaal af. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat er niet met Risk Management werd samengewerkt: toch lui die van wanten weten als het gaat over het de kop indrukken van ondernemingszin. En toch waren het aparte eilandjes. Inkoop: hetzelfde laken een pak. Moet je zien hoe consistent daar met vinkjes op checklijstjes naar de laagste prijs wordt gezocht zonder enig gevoel voor de eisen van de bedrijfsvoering. Ik zeg, daar worden elke dag weer kostbare meters afgelegd in de richting van meer businesspreventie. Maar denk je dat er ook maar één best practice wordt uitgewisseld?”

Hij vertelt me dat de lijst nog veel groter is. “Heb je wel eens goed op de IT-afdeling rondgekeken? Man man, daar wordt de businesspreventie letterlijk bedreven. Security-experts die het bedrijf willen isoleren van de buitenwereld. Architecten met hun tergend trage, introspectieve theorietjes. Onwrikbare beheerders met hun dichtgespijkerde SLA’s. Een zee vol onaangeboord talent, zonder meer”.

Ons gesprek is voorbij. “We hebben al die afdelingen nu bij elkaar gebracht, in één groot Businesspreventie Shared Service Centre” besluit de projectleider. “Als je ziet wat dat in korte tijd al heeft opgeleverd aan inzicht en herkenning, dat geeft een onvergelijkbare energie”.

Hij geeft me een hand en is dan onderweg naar de uitgang. De sigaret trilt al in zijn mond.

vrijdag, februari 26, 2010

Kill Your Idols: not yet.

A real pity. Next week's Microsoft CTO event is cancelled, so I wil not be able to deliver my speech. This was the abstract:

"Kill your Idols - 7 ways to get rid of unnecessary software"

Every architect and CTO knows it: the biggest challenge nowadays in application portfolio management is not anymore to be innovative in identifying new solutions. Instead, it is in getting rid of the old solutions that prevent you from getting there. Dealing with a sprawled application landscape is a matter of rigid simplification and rationalization. And this is just as much about psychology, anthropology - and even psychiatry for that matter - as it is about architecture and engineering. But not to worry: this talk will present you with 7 tangible, real-life, quite disruptive scenarios to get your own simplification journey going. There is hope. It is just a matter of killing your idols.

Ron Tolido, CTO Application Lifecycle Services, Capgemini S.A.

Think I will have to write a blog-item about now instead. Very soon on Capgemini's CTO blog!

donderdag, februari 11, 2010

IT Executive column: Tijdschrift

Het heeft wel iets passends, stoppen met een tijdschrift (kauwt u even met smakelijke aandacht op dit prachtige woord), precies op het moment dat de Apple iPad uitkomt. Als het ding straks in de smetteloos witte winkelschappen ligt, lijkt het een kwestie van tijd voordat het definitief is afgelopen met al dat papier. Wordt het weer wat leger in hetzelfde winkelcentrum, want vroeg of laat komt er geen hond meer in de boekenwinkel. Wie wil weten hoe dat loopt neemt gewoon eens een kijkje in de gemiddelde platenzaak anno 2010. Daar worden eigenlijk alleen nog maar DVD’s en videospelletjes verkocht. Na lang aandringen wordt mopperend doorverwezen naar een donker hoekje, achteraf. Daar kunnen voornamelijk wereldvreemde bejaarden grasduinen in twee half lege bakken met CD’s, gevuld met muziek uit de jaren ’80. Aan de kassa wordt vervolgens wantrouwig afgerekend.

Een nieuw boek? Een nieuw muziekalbum? Een nieuwe editie van een tijdschrift? Misschien moeten we het voortaan maar gewoon over Internettoepassingen hebben. Naast Nederlands ook een beetje HTML kunnen schrijven, het zou zomaar kunnen helpen om een succesvolle auteur te worden.

Zelf heb ik het gevoel dat met apparaten als de iPad iets van het hijgerige van de gemiddelde Internetervaring wordt afgevijld. Je gaat toch een beetje als Steve Jobs doen. Lekker onderuitgezakt in je lederen Rolf Benz designbankje met een zwarte coltrui aan over Slow Food lezen. Geen opwarmende laptop met een snel leeglopende batterij op je schoot. En geen razendsnel toetsenbord bij de hand, dus minder neiging tot leeghoofdig reageren of tweeten.

Alles lijkt aan boord voor een nieuwe generatie van tekst, audio en video. Voor de uitgevers die tijdig weten in te stappen en de juiste toon weten te vinden, zijn er nieuwe bronnen van inkomsten, ook al worden de advertenties niet meer per kwart bladzijde verkocht en zullen abonnementen steeds minder gebruikelijk worden.

Mooi woord trouwens, uitgever. In een wereld waarin iedereen met een clubje vanuit een Web 2.0 garage de wereld kan bestormen met tekst, geluid en beeld hoor je de existentiële vraag steeds vaker worden gesteld. En wat is precies uw toegevoegde waarde? Je zou het afdoen als de platitude van een beginnende consultant als het niet zo blaartrekkend relevant was.

Afijn. Het zal onze tijd wel duren. Wellicht. Ondertussen buitelen de technische kenners over elkaar met hun meningen over de iPad. De consensus is dat het allemaal toch wat tegenvalt. Het scherm is niet mooi genoeg. De processor is een tikje te langzaam. En het ding kan niet eens uit zichzelf zweven.

Allemaal waar, maar Apple heeft nog nooit met specificaties de harten van consumenten gewonnen. Niet aan te slepen dus straks, dat spul. Daar zou eigenlijk iemand eens een boek over moeten programmeren.

Gepubliceerd in de laatste editie van IT Executive magazine, februari 2010

zaterdag, januari 23, 2010

SRM column: Kalkoenentijd

Een tijdje geleden mocht ik een voordracht houden over de opmars van de cloud op een congres van systeembeheerders. Ik dacht, ik leg het er eens lekker dik bovenop en schetste een beeld van een ideale, nabije toekomst waarin servers, opslag en alle andere infrastructuur achter het kapje van het stopcontact zijn verdwenen. Wat mooie beelden van de industrialisatie van elektriciteit erbij om de onvermijdelijkheid hiervan te illustreren (een foto van Edison doet het goed) en ik vond dat ik goed op stoom was. Toch kreeg ik een onbehaaglijk gevoel. Halverwege de voordracht pauzeerde ik een paar seconden. Ik luisterde naar de zaal. Daar was het stil. Muisstil. Ergens ver buiten liep iemand met een winkelwagentje over straat. Links achterin bij het balkon hoorde ik overduidelijk een speld vallen.

De stemming kwam er niet meer in. Achteraf realiseerde ik me dat ik aan kalkoenen het concept van Kerst had uitgelegd. Het klinkt warm en gezellig maar op de een of andere manier heb je er een dubbel sentiment bij. Het vak van systeembeheerder gaat ingrijpend veranderen. We kunnen gefascineerd zijn door de technologische ontwikkelingen die dat mogelijk maken. Maar we vragen ons tegelijkertijd af of ons werk vroeg of laat niet in een pruttelende braadslee eindigt.

Of we ontkennen natuurlijk alles. Rond het verschijnsel cloud en infrastructuur hebben we daar ondertussen de private cloud voor verzonnen. Dan omarm je de typerende technologieën als virtualisatie, clustering en server pooling en ga je zelf lekker voor cloud provider spelen in je eigen, lokale rekencentrumpje. De boze buitenwereld blijft comfortabel op afstand. En waar heb je je eigenlijk druk over gemaakt: het werk is er alleen maar complexer en uitdagender op geworden.

Ach ja. Die systeembeheerders toch.

Of gaan we met software engineering dezelfde kant op? Met de snelle opkomst van Software as a Service gaat het vak van systeemontwikkeling zonder twijfel net zo hard verschuiven. Het wordt veel eenvoudiger om applicaties via het netwerk af te nemen en van de weeromstuit zullen er steeds meer standaard toepassingen komen in allerlei soorten en maten. Combineer dat met open, servicegeoriënteerde interfaces en de oplossingen worden aan elkaar geregen vanuit componenten en standaardpakketten die zich ergens in de cloud verbergen. De eerste reflex wordt er een van het zoeken van de juiste componenten, niet het opstarten van je ontwikkeltool. Daarna uitbreidingen aanbrengen en de boel aan elkaar lijmen: veel meer dan een lichtgewicht scripttaaltje heb je er niet voor nodig. Eindelijk een doorbraak in productiviteit aan de horizon, na bijna 15 jaar met de terreur van potsierlijk complexe programmeertalen als Java en C# aan de slag te zijn geweest.

Zijn daarmee de kerstklokken gaan luiden in het vakgebied? Zo te horen niet. Volgens mij rinkelt er zelfs nog geen piepklein belletje. Blij verrast hebben we ondertussen Platform as a Service ontdekt. Je gebruikt dan weliswaar de cloud, maar daar draai je je eigen, zelfgemaakte toepassingen in. Microsoft's Azure is er een mooi voorbeeld van: het besturingssysteem, de database en de rest van de middleware worden voor je vanaf het Internet geregeld. En verder ontwikkel je zorgeloos je toepassingen met C# of Visual Basic zoals je dat altijd al gedaan hebt.

Niets aan de hand.

Google's App Engine lijkt ondertussen dezelfde richting in te slaan. In eerste instantie werd alleen Python ondersteund: van oudsher een elegant, zuiver taaltje waarmee software vanuit allerlei bronnen makkelijk aan elkaar wordt gelijmd. Maar gelukkig kunnen ontwikkelaars nu ook gewoon weer met Java aan de slag. Systemen bouwen op de archaïsche manier die je gewend bent en ze daarna kunnen draaien op de infrastructuur van Google's rekencentra: die cloud is zo gek nog niet.

Samen met de andere kalkoenen draaien we nog eens wat rondjes in de ren. Aan de overkant haalt de boer de eerste kerstverlichting tevoorschijn. Gezellig!

Gepubliceerd in Software Release Magazine nummer 4, november 2009

donderdag, januari 21, 2010

IT Executive column: Rottweiler IT

Een oude tegeltjeswijsheid leert ons dat honden en hun baasjes vroeg of laat op elkaar gaan lijken. En inderdaad, zelfs in mijn directe omgeving heb ik de onweerlegbare bewijzen dat dit het geval is. Wie kent ze niet? De oude dametjes met hun trillende juffershondjes. De getatoeëerde trainingpakken met hun opgefokte pitbulls. De stationwagenrijders met hun Labradors. Niet alleen kiezen eigenaars het type hond dat bij hen past, maar in de loop van de tijd wordt de wederzijdse blootstelling zichtbaar in uiterlijk en gedrag.

Net als met IT eigenlijk. Je krijgt het rekencentrum, de infrastructuur en de applicaties die je verdient. Klagen heeft daarom geen zin: je kijkt alleen maar naar jezelf in de spiegel. Er is weinig kennis van psychologie en antropologie nodig om de verbanden te zien.

Toon mij uw IT en ik vertel u wie u bent. Zo simpel is het.

Als de IT-afdeling manhaftig vasthoudt aan Windows 95 (dit is niet ironisch bedoeld, er zijn plekken waar OS/2 nog het strategische besturingssysteem is) dan hebben we instinctief een beeld van de veranderingsbereidheid en het lef van de bijbehorende organisatie. Als de helpdesk de telefoon slechts met grote tegenzin opneemt, dan zijn ze waarschijnlijk in het callcenter van de verkoopafdeling ook niet vlijmscherp. Als ze in het rekencentrum het nog steeds moet hebben van mainframes en als JCL de dienst uitmaakt bij de maandelijkse batchruns, dan mogen we ook een procedureel ingestelde bedrijfsvoering verwachten waarin niet elke seconde telt.

Evenzeer: als je tegenwoordig een nieuwe, dynamische zaak opzet dan zijn gehuurde toepassingen uit de cloud al bijna de norm.

Hetzelfde geldt voor applicatielandschappen. Een van los zand aan elkaar hangende, federatief georganiseerde organisatie kan zomaar honderden – zelfs duizenden - verschillende versies van dezelfde SAP-module tellen. En alleen bijzonder strak geleide bedrijfsvoeringen kunnen zichzelf één centrale database en bijbehorende applicaties permitteren (een bekend voorbeeld is de behoorlijk strakgetrokken interne IT van Oracle; Larry Ellison wilde het zo, en aldus gebeurde).

Interessant wordt het waar de werelden uiteen gaan lopen. Je wilt een hond die je niet aankunt, als het ware. Menig hoopvolle it-directeur maakt ook aan het begin van dit jaar weer grootse plannen. Meer standaardiseren. Centraliseren. Simplificeren. Verouderde applicaties met pensioen sturen. Master Data Management invoeren.

Volstrekt logisch allemaal. En dan toch altijd weer diezelfde, oprechte frustratie als ze aan de kant van het bedrijf geen centimeter blijken mee te geven. IT en bedrijfsvoering moeten op elkaar blijven lijken en als er iets dient te veranderen moet dat aan beide zijden gebeuren. Bij voorkeur een beetje in hetzelfde tempo. Een te grote kloof leidt tot bijtgedrag en gejank.

Neem daarom nog maar eens een kijkje in die hondenmand van de it-afdeling. Misschien zou er wel een nest keffende poedeltjes in moeten liggen. In plaats van die grommende Rottweiler.

Gepubliceerd in IT-executive, 21-1-2010

dinsdag, december 08, 2009

IT Executive column: Het Jaar van de Q

Als we iets hebben geleerd in 2009, is het wel dat er definitief geen Soll meer is. Het heden is al moeilijk genoeg te duiden, laat staan wat er daarna komt. Voorspellingen voor het komende jaar? Zinloos. Ik zou bijna zeggen: hadden we maar koffiedik. Konden we ons in ieder geval nog ergens aan vastklampen.

Economische modellen, ze geven niet meer dan een illusie dat je er greep op hebt. De huidige discussies spitsen zich vooral toe op met welke letter we momenteel te maken hebben. Zitten we in de punt van de ‘V’ of van de ‘W’? Zijn we het dieptepunt voorbij – langzaam maar zeker omhoog – of duiken we nog een keer terug? Of krijgen we met een gezellig voortkabbelende stroom van ‘w’tjes te maken? Wie het weet mag het zeggen.

Zelf stel ik voor 2010 de letter ‘Q’ voor. Echt zo’n recalcitrant lettertje waar geen peil op valt te trekken. Heel eigenwijs naar links of naar rechts draaien, dan weer van boven naar beneden en opeens – volstrekt doelloos en onaangekondigd – een dwarse krul de vrije ruimte intrekken. Typerend gedrag voor het niet te duiden komende jaar.

Goed, daar zijn we het dan over eens.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dus laten we op de valreep toch een paar verlopen en aankomende trends uit de mouw schudden. Sommige zaken zijn onvermijdelijk, met welke letter uit het alfabet we ook te maken krijgen.

Zo moet het echt afgelopen zijn met dat 2.0 gedoe. Web 2.0, Enterprise 2.0, Identity 2.0, Ambtenaar 2.0, Overheid 2.0: het punt is in het afgelopen jaar nu wel gemaakt. Tot vervelens toe, eerlijk gezegd. Ophouden. Nu.

Een kandidaat IT-persoonlijkheid van het jaar? Twee woorden: Neelie Kroes.

Voor 2010 voorzie ik verder het eerste vakcongres zonder sprekers. Die leiden de mensen in de zaal namelijk teveel van het tweeten en bloggen af. Heel hinderlijk.

Als we het dan toch over congressen hebben: mochten er nog steeds problemen zijn met het aantal inschrijvingen, dan is de remedie nu gevonden. Gewoon alleen op uitnodiging doen en de wachtlijst online publiceren. Er zal op straat worden gebivakkeerd om een kaartje te bemachtigen. Vraag maar aan de organisatie van TEDx Amsterdam.

In de categorie Lang Verwacht Stil Gezwegen brengen we de doorbraak van het eBook onder, evenals de Apple tablet PC (riep daar iemand Tijdschrift 2.0? Heel puntig) en Google’s Chrome OS.

Dan natuurlijk de cloud. Geen woorden maar daden in 2010. Een overheidscloud komt er zeker aan. Koudwatervrees? Even vragen aan staatssecretaris Frans Timmermans. Iets met Jack Sparrow. Klinkt misschien onsamenhangend, maar dat krijg je in het jaar van de Q.

Tenslotte alvast iets voor over 3 jaar: niet te vroeg kerstinkopen doen. Zou zonde kunnen zijn.

Gepubliceerd in IT Executive magazine 8 december 2009

zondag, november 22, 2009

SRM column: Bob de Sloper

Als het gaat over klusvaardigheden, ben ik zonder meer het lachertje van de familie. Ik heb weliswaar twee rechterhanden maar daar staat tegenover dat ik linkshandig ben. Mijn broer bouwt achteloos fluitend complete keukens op waarbij hij ook nog eens louter voor de sport het loodgieterswerk regelt en de elektrische bedrading vernieuwt. Zelf begin ik al paniekerig om me heen te kijken als er een Billy boekenkast in pakketvorm naar binnen wordt gedragen.

Aan de andere kant heb ik een onvermoed talent voor slopen. Geef mij een voorhamer en zelfs de meest volgestouwde uitdragerij ziet er binnen een paar uur uit als een schoongeveegde meditatieruimte. Een onderschatte maar wel degelijk nuttige vaardigheid die – als ik me niet vergis - ook in het IT-landschap een steeds grotere rol gaat spelen.

Want zeg nou zelf: we leiden onze systeemontwikkelaars nog steeds vooral op als bouwers. Dat doen we vanuit het bijna schattig naïeve uitgangspunt dat software wordt ontwikkeld vanuit een sappige, groene weide. Bijna al onze vernieuwingen in het vakgebied zijn erop gericht om nog beter, sneller en slimmer te bouwen. Vanuit het niets. Daartoe proppen we onze gereedschapkist vol met versnellende hulpmiddelen als Model Driven Architecture, frameworks, componenten, services en Domain Specific Languages .

En dan maar oprecht teleurgesteld zijn als die gereedschapskist steeds minder vaak opengaat.

De reden? Alle rommel die de bouwers voor ons - of misschien wel wijzelf - hebben achtergelaten. Het gros van het budget van de gemiddelde IT-afdeling gaat ondertussen op aan het in de lucht houden van verouderde systemen. Die zijn soms geschreven in programmeertalen die alleen nog vanuit de overlevering bekend zijn (zo wordt het kernsysteem van een niet nader te benoemen Zweedse overheidsorganisatie alleen nog doorgrond door een 74-jarige programmeur; deze wordt met staalpillen, massages en dagelijkse bloedtransfusies zoveel als mogelijk in conditie gehouden).

En de boterberg aan onwrikbare en roestige software groeit nog steeds elk jaar door. En daarmee ook de frustratie dat er niet genoeg ruimte overblijft om nieuwe applicaties te bouwen. Je zal nog zo’n mooie keuken in je hoofd hebben, als je tussen de ingestorte muren en het verzakte dak nog niet eens je ladder neer kunt zetten kom je nergens met al die handigheid en fraaie intenties.

Mag ik daarom een warm pleidooi houden voor het terugbrengen van het goede, oude ambacht van slopen in de systeemontwikkeling? Alleen al met een goed timmermansoog kunnen kijken naar de bestaande portfolio van applicaties, dat zou een goede stap vooruit zijn. Welke delen van systemen leveren waarde aan de bedrijfsvoering en welke niet? Hoe verhoudt die waarde zich tot de hoeveelheid tijd die erin moet worden gestoken? En in welke mate is de onderliggende technologie nog relevant en uitbreidbaar?

Dat alles geeft inspiratie voor het in elkaar zetten van de te volgen sloopstrategie. Alles weggooien, de data migreren en overgaan op een standaardpakket bijvoorbeeld. Of de meest wankele elementen isoleren en vervolgens stuk voor stuk herbouwen op een nieuw platform. Of de proceslogica en bedrijfsregels uit de code plukken en onderbrengen in aparte Business Process Management en Business Rule systemen. Of met behulp van geautomatiseerde tools de structuur van de bestaande software ontwarren en versimpelen. Of – als niet anders werkt – het oude systeem zoveel als mogelijk stabiliseren en daaromheen nieuwe interfaces en façades opbouwen (ook wel bekend als de Parijse Variant).

Het zijn zomaar wat voorbeelden van de sloopvaardigheden die je als systeemontwikkelaar tegenwoordig in zo’n beetje elk serieus project nodig hebt. We kunnen er wat mij betreft in het vakgebied niet genoeg aandacht aan besteden, zowel in het onderwijs als in onderzoek en innovatie.

Kunnen we het slopen? Ja, we kunnen het slopen!

Gepubliceerd in Software Release Magazine, september 2009

zaterdag, november 07, 2009

Business Prevention, the mission

Business Prevention. Such a little trendy consulting theme that nowadays everybody seems to have an opinion about. The magazines and blogs are full of noncommittal chatter about the topic. But just try to discuss tangible action. Then suddenly nobody is around anymore. So I count myself lucky for having the opportunity to talk to a project leader that actually has been involved in business prevention in practice.

We meet in the lobby of the head offices of a big, global organisation. There, the first step of a radical transformation programme has just been finalised. “Nobody likes change” declares the project leader. His thoughts seem to wander off to the exit, where he just now hastily has consumed 3 cigarettes. “But in these times, denial was no longer an option. The organisation was hopelessly fragmented. Countless departments, all dedicatedly focused on their own area. Totally blind to what surrounded them. Often, people did not even realise that they were actually involved in business prevention. Let alone that they joined forces with others”.

He gives me a few examples. “Take for instance the Legal department. They are practicing business prevention both on the supply and demand side, would you believe. Trying to cover the full 100% of legal contingencies can effectively block any proposal to the client for months. Or even completely stop it. And in the same way, you can tighten the screws on your suppliers so much that nobody dares to do business with you anymore”. He contemplates the thought for a few seconds. “And I have not even mentioned patents yet. A fascinating world in which complete departments are busying each other for years without ever making one single dime of revenue. Expect of course for their own salaries.”

He sits up straight again. “Anyway, I’m wandering off. You can hardly imagine that there was no collaboration with the Risk Management department: people that know the what’s what of blocking entrepreneurship and innovation like no one else. And yet, they were perfectly separate islands. Procurement: same story. Just realise how consistently they are using their checklists and tick-in-the-boxes to get the lowest price without ever considering the real needs of the business. I’ll tell you, they are walking the path towards more business prevention there every day. But do you think they will even exchange the tiniest best practice? “.

He tells me the list goes on and on. “Ever had a good look at the IT department? Man, they are making an art out of business prevention there. Humourless security experts that want to isolate the company from the rest of the world. Enterprise architects with their agonisingly slow, introspective little theories. Rigid applications managers with their nailed-up Service Level Agreements. I could tell you stories. Such a big pool of untapped talent”.

Then, unfortunately our time is up. “To cut things short” he concludes “we have brought all of these departments together in one big Business Prevention Shared Service Centre. If you see what this already has delivered in terms of mutual recognition and insight, it generates so much positive energy. And we have only just embarked on our mission towards superior business prevention”. He shakes my hand while he walks me to the exit. His cigarette is already lightened.


To be published on Capgemini's CTO blog. Soon. I hope.

woensdag, november 04, 2009

IT Executive column: Hasta La Vista, Innovatie

Hoezo levert IT geen economische waarde? Op het congres van Oracle in San Francisco zijn 40.000 belangstellenden afgekomen. Die reanimeren spontaan de kwijnende bedrijfsvoering van de staat Californië. De hotels zitten eindelijk weer eens stampvol, de restaurants floreren en taxi’s zijn hier gelukkig – als vanouds – nauwelijks te vinden.

Geruststellend.

Gouverneur Schwarzenegger komt er graag even voor opdraven om een toespraak te houden. En verdomd, binnen een kwartier ontpopt hij zich tot de meest enthousiaste pleitbezorger voor innovatie van de gehele conferentie. Hij klinkt als een geïnspireerde consultant als hij zijn overtuiging deelt dat de grote uitdagingen van deze tijd – de opwarming van de aarde, gezondheidszorg, energietekorten, voedselproductie – slechts met innovatieve technologie te lijf kunnen worden gegaan. De volgepakte zaal, diep onder de grond in het Moscone centrum, gaat er zonder tegenspartelen plat voor.

Daar kan de rest van de sprekers nog een puntje aan zuigen. Want om eerlijk te zijn, het thema van de conferentie is dan “powering innovation”, het gros van de boodschappen heeft de gematigde toon die men in it-kringen momenteel graag gebruikt. Larry Ellison claimt dat het innovatiebudget van Oracle groter is dan ooit, maar het meeste daarvan wordt uitgegeven aan het consolideren en integreren van de imposante portfolio van systemen en applicaties. Zo gaan ze mee met het sentiment dat op de meeste it-afdelingen heerst. Ongeveer hetzelfde doen als altijd, maar dan goedkoper, sneller en alles beter op elkaar aangesloten: vaak zijn we daar al heel tevreden mee. En inderdaad, misschien is het wel de grootste uitdaging voor het vakgebied om binnenshuis schoon schip te maken.

Toch ontkom je niet aan het gevoel dat wat meer bravoure ondertussen wel weer mag. We lijken het geloof in de veranderkracht van technologie tijdelijk kwijt te zijn.

Illustratief daarvoor is het gastoptreden van Michael Dell, nog niet zo lang geleden beschouwd als een van de stoutmoedige visionairs die met behulp van technologie een compleet bedrijfsmodel op zijn kop zette. En ook nu begint hij met een gewaagde belofte: hij zal de komende jaren 200 miljard dollar aan besparingen naar het bedrijfsleven brengen. Daar gaat de zaal wel rechtop voor zitten. Hoe gaat hij dat deze keer doen? Zijn ideeën over de extended enterprise nog verder uitwerken? Een razend slimme, zelfoptimaliserende supply chain? Iets baanbrekends met RFID en sensoren?

Niet helemaal.

Dell denkt het geld te kunnen besparen op computergebruik. Consolideren, standaardiseren, simpliciferen: zijn “effective enterprise” heeft een rekencentrum met minder servers, minder opslag en veel minder energiegebruik. Het tijdsbeeld anno 2009: Michael Dell op het podium die stelt dat virtualisatie zo’n beetje het hipste is wat je kunt doen in het komende jaar.
Ontnuchterend.

I’ll be back, zegt Schwarzenegger als hij het podium verlaat. Laten we hopen dat hij het over kapsones heeft.

Gepubliceerd in IT Executive magazine, 4 november 2009

zaterdag, oktober 24, 2009

IT Executive Column: Mag ik uw boek even vasthouden?

Nu ze steeds goedkoper worden, heb ik maar eens een E-book lezer aangeschaft. En warempel, binnen de kortste keren is het ding mijn onafscheidelijke metgezel geworden bij mijn buitenlandse reizen.

Ik heb zo’n zilvergrijze pocketuitvoering van Sony en dat toont heel aardig en onderkoeld naast de MacBook Air. Je kunt immers moeilijk voor schut gaan lopen met iets wat op een Oost-Europees motorblok lijkt, laten we eerlijk zijn. Nee, wat dat betreft voelt het meer alsof je met een schattig puppietje onderweg bent.

Menigeen schiet je blijmoedig aan om te vragen hoe dat nou bevalt, zo’n digitaal eh… boekengeval. Vooral stewardessen worden aangetrokken door de primeur. Ze ontpoppen zich ter plekke niet alleen tot geïnteresseerde gebruikers van technologie (“heeft deze nou ook een Intel van binnen?”) maar blijken ook nog eens over onvermoede literaire diepten te beschikken. We moeten daarom niet vreemd opkijken als we straks het personeel in de gangpaden missen. Die zitten dan in de pantry, volledig verzonken in hun favoriete essays van Nietschze en Sartre.

Nietschze? Sartre? Horen wij daar in de verte weer het zwiepen van een Long Tail? Van de weeromstuit heb ik zelf ondertussen een aantal titels digitaal aangeschaft die zich waarschijnlijk in papieren vorm al enkele decennia in een duister hoekje op zolder verbergen. Ben je opeens Zen en de Kunst van het Motoronderhoud aan het herontdekken. Voor boekuitgevers zit daar in feite een fantastische bron van extra inkomsten in, zo'n beetje met dezelfde aantrekkingskracht als de verbeterde, digitale versies van oude Beatles-albums.

Alle bekende sentimenten en overwegingen komen dan wel op een rij voorbij. Via het doorbreken van de E-book lezer maken we nog eens een keer mee wat het doorbreken van nieuwe technologieën – denk aan webwinkels, de iPod en momenteel vooral de cloud – allemaal loswoelt.

Sommige leveranciers van de gevestigde media zitten nog volop in de ontkenningsfase en roepen paniekerig dat er nooit iets zal gaan boven zo’n goede oude boekenwinkel. Anderen – met Amazon voorop – stappen in een vroeg stadium in de nieuwe markt en zetten zelfs eigen, gesloten standaards. Die worden op hun beurt weer uitgedaagd door gloednieuwe spelers, erop uit om de markt open te trekken.

En dan zijn er de twijfelaars. Wel meedoen, maar nog net niet van harte. Zelf heb ik mijn lezer gekocht bij een leverancier die zo te zien nog volop in het rouwproces zit. Veel reclame maken voor E-books, maar tegelijk bijna met hoorbare tegenzin populaire titels digitaal beschikbaar stellen. En dat tegen kunstmatig hoog gehouden prijzen en met behulp van software waarover ze 8 jaar geleden bij Apple al krijsend van het lachen over de grond zouden hebben gerold.

Geeft niets. Hoort allemaal bij het proces. Iemand zou er eens een boek over moeten schrijven. Ik download het wel.

Gepubliceerd in IT Executive magazine

dinsdag, september 22, 2009

IT Executive column: Proof of Concept

Ik reis graag met de trein van en naar ons hoofdkantoor in Parijs. In de Thalys zit je comfortabel en je kunt op je gemak documenten doorlezen of je laptop openklappen. En het heeft iets melancholisch, dat ontspannen wachten op de trein onder de historische koepel van Den Haag Holland Spoor (elk moment lijkt Carice van Houten op te kunnen duiken, gehuld in een grijs vilten mantelpakje met bijpassende hoed). Een stuk beter dan aanschuiven in de lange rij van de veiligheidscontrole op Schiphol of uren jakkeren op de snelweg.

In elke idylle rammelt echter wel wat. Zo ook in de Thalys, waar luidruchtig mobiel telefoneren tot de alom geaccepteerde mores hoort. Ik luister regelmatig belangstellend mee – veel keus heb ik trouwens niet – temeer daar de voornamelijk Nederlandse en Britse schreeuwlelijkerds hier geen enkel bezwaar tegen lijken te hebben. De meest vertrouwelijke zakelijke transacties worden zonder enige gêne met de rest van de coupé gedeeld. En verdomd als het niet waar is, het gaat bijna altijd over IT. De proof-of-concepts, pilots, roadmaps, workstreams en sourcing-vraagstukken vliegen je om de oren. “Dat zit écht niet in de SLA” roept er een triomfantelijk. “Maak jij je nou maar geen zorgen over dat testplan,” bezweert een ander vaderlijk. “Het is half 9 in de avond, ga jij eerst maar eens lekker naar moeder de vrouw”.

Toch heeft het ook zijn charmante kanten, zo’n trein volgepakt met it’ers. Er wordt in ieder geval heel wat minder CO2 geproduceerd en deze beroepsgroep lijkt een natuurlijke aanleg te hebben om het werk onverstoorbaar en monter te blijven doen, op welke plek en vanuit welke positie dan ook. Met technologie kunnen we het mobiliteitsprobleem te lijf, dat verkondigen we aan iedereen die maar wil luisteren. Misschien moeten we alleen zelf nog wat meer het voorbeeld geven, wat meer ons eigen hondenvoer eten.

We hebben alles in huis om van het gros van de it’ers uit de auto te krijgen: collaborative development tools, virtuele projectruimtes, sociale netwerken en software uit de cloud. Via unified communications kunnen we intensiever contact met elkaar en met onze klanten houden dan op kantoor, als het moet vanuit de trein, maar ook vanaf thuis of een flexibele werkplek, ergens dicht bij waar we wonen. En misschien kan iemand eens wat mooie mashups in elkaar draaien? Je zou dan met behulp van Google maps en de agenda’s van het projectteam precies moeten kunnen vaststellen op welke plaatsen het werk kan worden gedaan met minimalisering van de reistijd.

Over proof of concept gesproken. Stel je voor als we met behulp van technologie alle it’ers met hun leasebakken van de weg weten te krijgen. Gooi die spitsstroken maar weer dicht, zou ik zeggen.

Gepubliceerd in IT Executive magazine, 22 september 2009

zaterdag, september 19, 2009

IT Executive column: Romeinse Cloud

Ooit bracht ik een zomer door met Isaac Asimov’s The Foundation, volgens ingewijden de beste boekenreeks uit het sciencefictiongenre. Veel is me van het verhaal niet bijgebleven maar de rode draad zit in het principe van psychohistory: de toekomst kan beter worden voorspeld naarmate er meer personen bij zijn betrokken. Met het collectieve denkvermogen van een compleet heelal kom je bijvoorbeeld al een heel eind.


Stel je voor: alle individuen uit het heelal met elkaar verbonden, iedereen met zijn eigen pagina op Facebook en voortdurend aan het tweeten. Dat is nog eens een sociaal netwerk.
En wij maar moeilijk doen over Enterprise 2.0.


Maar ik dwaal af. Een ander thema dat ik me van de serie herinner is dat van de inzakkende beschaving. Er is sprake van een planeet waar gebruik wordt gemaakt van uiterst complexe machines. Met één klein, lastig probleempje: de makers ervan zijn lang geleden vertrokken. Die zitten waarschijnlijk in een ander universum of zijn gewoon op tijdreis tussen twee zwarte gaten (gaat u me nu vooral niet e-mailen over de details, ik probeer een punt te illustreren). Hoe dan ook, niemand weet meer hoe de machines werken en terwijl de een na de ander het krakend begeeft, vraagt de bevolking van de planeet zich suffig af hoe het nu verder moet.


Een verhaal met dezelfde allure als de ondergang van het Romeinse rijk. Ik moet er deze week onwillekeurig aan denken. Vers teruggekomen van een zonnige rondreis door Spanje beland ik in een workshop met financiële directeuren. Het onderwerp: hoe nieuwe technologie de rol van de cfo gaat veranderen.


Inderdaad: na de vakantie kun je maar beter zonder aanloop weer aan het werk gaan. Gelukkig blijkt de discussie interessant. Ik leg de principes van de cloud nog eens uit: zowel rauw rekenvermogen als complete applicaties haal je straks van elders, ergens op internet. Dat is simpeler, goedkoper en groener. En je houdt nog eens tijd over voor andere zaken, zoals beter zijn dan de concurrentie. Klinkt plausibel. Toch wordt een aantal financieel directeuren nerveus van dit toekomstperspectief. Informatie en systemen vormen de kern van de financiële administratie. Ze zijn de sleutel tot in control zijn. Sommigen zien spookbeelden voor zich van een organisatie die alles heeft uitbesteed en van de weeromstuit is vergeten hoe processen horen te werken en hoe systemen in elkaar zitten: suffig wordt naar die cloud gestaard, waarin onbegrijpelijke dingen gebeuren.


“Dan moet je vanaf nu eigenlijk ook geen rekenmachine meer gebruiken,” merkt er een op. Goed punt. Misschien dat sommigen iets van de cloud beginnen te begrijpen. Maar elders klinkt het nog als sciencefiction. Letterlijk.

Eerder gepubliceerd in IT Executive magazine

Haussmannisation

This may come as a surprise from a Chief Technology Officer, but in my family I am not exactly seen as a handyman. When it comes to construction skills, I am more like the laugh of the town. My brother effortlessly builds entire kitchens and just for the fun takes care of the plumbing and electrical wiring too. Personally, I already get nervous when I watch a Billy bookcase kit getting unpacked.

On the other hand, I have undisputed demolition skills. Give me a sledgehammer and within a few hours even the worst junk yard looks like an empty Zen garden. An underestimated, yet quite useful skill that is becoming more and more relevant in the IT landscape as well.

Because let’s face it, our systems developers are still mainly educated as constructors. This is done from the downright naïve perspective that software is developed in a green field situation. Almost all of the innovations in our profession aim to build better, faster and smarter. Starting from nothing. For that, we fill our toolboxes with accelerators such as Model Driven Architecture, frameworks, components, services, Domain Specific Languages and code generators.

And then we are genuinely disappointed that these toolboxes are being used less and less.

The reason? All the junk that the constructors before us – or maybe even ourselves – have left behind. The bulk of the budget of the average IT department is spent on keeping existing systems operational. Sometimes, these systems have been written in programming languages that are only known from old myths. I recently heard about a certain crucial Scandinavian government system that is only understood by one single, 74-year old programmer. He is being kept alive with iron pills, massages and daily blood transfusions.

The butter mountain of immovable, inflexible and rusty software continues to grow year after year. And with it, the frustration that there is not enough room to build new, differentiating applications. You can envision the most beautiful kitchen, but if the collapsed roof and walls prevent you from even putting a ladder there, all your intentions and handy skills won’t get you far.

I would therefore like to make a passionate plea for bringing back the good old craft of demolition in systems development. Just to be able to have a sharp, scrupulous look at the existing portfolio of applications would be a big step forward. Which parts of the system deliver real value to the business and which don’t? What proportion has the value to the amount of time that is dedicated to it? And to what extent is the underlying technology still relevant and extendable?

This will all give inspiration to putting together a demolition strategy. Migrate the data, throw all existing applications away and replace by non-customised packaged solutions, for example. Or isolate the most unstable elements and rebuild them piece by piece on a new platform. Or extract business process logic and business rules from the old code and house them in separate business process management or business rules systems. Or use automated tools to disentangle the structure of the existing software and simplify it. Or – if everything else fails – stabilise the old system as much as possible and build new interfaces and façades around it.

Much like "cutting through an old town of dense and irregular medieval alleyways into a rational city with wide avenues and open spaces which extend outwards far beyond the old city limits". The difficult part of urban planning like that is not constructing the new roads, squares and buildings. It’s getting rid of the old ones and dealing with all types of resistance that inevitably comes with it.

True Haussmannisation indeed. We should watch and learn some of these old crafts again.

Published earlier on Capgemini's CTO blog and AOGEA's Architectural Existentialism blog

zaterdag, augustus 22, 2009

Enterprise Karmic Koala

When on holidays, I try to be unaware of technology as much as possible (people that happen to know my e-mail out-of-office messages will recognise this). Only natural. But not as easy as it seems. Two years ago, when we drove back through the French Lorraine region, we ended up in an ultra-modern fuel station that had literally crashed due to a software error. A guy in a yellow emergency vest was nervously searching for a Windows start-up disk while all of his screens just showed that all too familiar sandglass. And last year, when we cruised through lovely California we could not even imagine how to do it without TripAdvisor, Google Maps and a bunch of other on-line travelling tools. This year, after returning from Spain and the Alsace, I decided to buy a new bicycle. I found a not too expensive Gitane mountain bike – completely made in France, quite an unexpected pleasure – only to find out later that the model is called ‘Fitz Roy 2.0’.

That really got me annoyed.

A bicycle with a software version number? What is that supposed to mean? Is it Facebook-enabled? Does it send GPS-based tweets every hour? Or is just meant to be ‘open’ and shared by everybody (which happens to be the default for bicycles in Amsterdam, for that matter). And what might the even newer, enhanced Gitane Fitz Roy 3.0 bring? All parts have self-describing RFID chips built in? Semantic tyres? This is what happens when IT people start to flood the marketing department.
At a certain point in time, it all becomes too much. While we are entering the last part of 2009, we may want to call it a day, this ‘2.0’ stuff. It is established. Let’s all get a life again. Nowadays Web 2.0 evangelists just seem to be preaching to their own church of Web 2.0 devotees, already convinced and completely aware of all the virtues of collaboration, co-creation and being totally connected in general. And we might be stuffing that technology-driven thinking just a bit too much down the throats of business. We are version-numbering the others.

I happened to stumble upon a discussion started by Tom Graves which neatly sums it up. He rightfully stipulates that the ‘Enterprise 2.0’ concept essentially is about the power of people leveraging networked conversation, extending beyond the organisational borders. But in fact, the ‘official’ definition by Andrew McAfee mainly speaks about software and digital platforms. Then, somebody comments that ‘2.0’ is a software thing in the first place. How can you expect to speak business if you suggest that organisational changes are like software updates? He proposes to use Enterprise Next which is of course a charming, very reusable concept.

Albeit a bit generic, admitted.

I left my own comments, put something about it on Twitter and that really got the crowd going. In – well – true 2.0 style, creativity was quickly unleashed. Some people stayed close to the ‘next’ concept, suggesting Enterprise Thereafter, Enterprise Even Better and Enterprise The Next Generation. But also Enterprise Genesis, Enterprise Armageddon, Enterprise Revelations and Social Enterprise came up. Somebody suggested to use metaphorical city names, like Enterprise Babel - no explanation needed - and Enterprise Budapest (two cities coexist, business and technology, get it?).

It surely would change consulting jargon: “currently we have an Enterprise Armageddon baseline with some Babel elements but we are moving towards Enterprise Budapest" (thanks Steve Jones).

Yet many stayed closer to the more familiar IT grounds. If Ubuntu (thanks Mike Turner) and Apple are using imaginative version names, rather than numbers, why not apply that to the enterprise as well? We could have Enterprise Tiger, Enterprise Leopard and even Enterprise Snow Leopard (with only minor performance improvements and less employees). Heck, who does not want to be a part of Enterprise Jaunty Jackalope?

Richard Veryard has a good point in emphasising the nature of an IT company as a metaphor for the desired change: Enterprise-a-Google would be an enterprise that aims to emulate the innovative, entrepreneurial spirit of Google. In the same way, you could strive to be an Enterprise-a-Dell, an Enterprise-a-Cisco or an Enterprise-a- Red Hat. I even got the suggestion to use a software package as the metaphor: according to a Micro Strategy tweet, Enterprise Wave would be ‘caffeine for enterprises’.

Just makes you wonder how many companies would suit the Enterprise WordPerfect description.

All in all, no lack of creativity here. And I am sure you all agree that the ‘2.0’ suffix by now is something to really, really avoid. Of course, the biggest challenge for IT people is to forget a bit more about the world they come from when reaching out to business people. After all, it’s the IT people. that invented Enterprise 2.0. And it’s the IT people that currently try to describe what – according them – is a true business architecture. Usually without asking anybody in the business (more about this soon).

No matter what we are using: version numbers, release names, package names: it is obviously difficult to let go of IT roots. A formidable challenge. Whether you are working in Enterprise Karmic Koala or not.

Eerst gepubliceerd op Capgemini's CTO blog

donderdag, augustus 20, 2009

Nieuwe Wegen

Zo heel nu en dan komt er eens een film uit waarvan je op afstand al aan je water voelt dat het een klassieker gaat worden. En dan bedoel ik niet het zielloze deel 4 van de Terminator-reeks. En dan bedoel ik ook niet de zo veelbelovend beginnende film Knowing die in het laatste, potsierlijke gedeelte elke vorm van goodwill de grond in boort. Nee, dan hebben we het over District 9. Een film waarvan ik alleen de trailer had gezien en enkele recensies had gelezen. Desalniettemin voelde ik gelijk aan mijn water dat deze film bij velen in het lijstje van favoriete films terecht gaat komen.

Ondertussen heb ik een eh 'voorlopige' versie via Internet kunnen bekijken (maakt u zich overigens geen zorgen, ik koop altijd de DVD als die eenmaal uitgekomen is) en de film maakt de hype met gemak waar. Een ongelooflijk goed en realistisch begin (de special effects vallen op doordat al het blinkende materiaal met succes is verwerkt in het stof en de brandende zon van Johannesburg) wordt lichtjes teniet gedaan door een meer traditionele shoot-out finale. Desalniettemin een film met een aantal beklemmende boodschappen en een vormgeving die doet denken aan Cloverfield in overdrive.

Gelijk na de vakantie kun je wel eens behoefte hebben aan wat nieuwe media-impulsen - gewoon om weer zin te krijgen in alles -en met District 9 zie je iets wat je nog niet eerder hebt gezien. In dezelfde categorie zitten overigens de band Them Crooked Vultures (de twee mini-clips zijn onderdeel van een razendslimme Internetcampagne; wat kun je overigens blij worden van 30 seconden snoeiharde gitaar-riffs), de aanstaande release van The Beatles: Rock Band en natuurlijk de nu bijna onvermijdelijke Apple Tablet.

vrijdag, juli 10, 2009

No point in adding yet another platitude to the ocean of comments on Google’s announcement of Chrome OS. Guess we saw it coming. And it was hardly rocket science, I might add.

It is however worrying that Google envisions an operating system that will fire up a laptop in just a few seconds. I mean, after all these years of getting used to operating systems that take more and more time to start up, I sort of got fond of the idea of being delayed. Admitted, it’s the IT version of the Stockholm Syndrome, but I actually cherished these precious moments of being forced to do nothing. Whether Windows, OS X, or Ubuntu: while loading their endless series of kernel software modules and drivers, they all brought me valuable opportunities to meditate or to contemplate the day to come. I would watch that hourglass for many minutes and time after time it would remind me of the relativity of technology and the craziness of rush and speed. Or I would just thoroughly enjoy a strong espresso. Or I would do nothing. All justified by our commonly shared acceptance of operating systems that are so complex that they take forever to come to live.

Now Google breaks this equilibrium with Crome OS, with the promise that booting it will be a matter of seconds. It will set a trend and we should hate them for it. Or at least, we should think twice before clicking on one of these placed ads. That will teach them.

Goodbye Quality Time. I will miss you dearly.

Previously published on Capgemini's CTO blog

zaterdag, juli 04, 2009

IT Executive column: Office Power

Ik houd een spreekbeurt over SOA op een congres in Warschau. Terwijl het publiek binnendruppelt valt het al snel op dat de ambitieuze Polen graag praten over de groei van hun nationale product. Op de vleugels van de markt voor BPO hebben ze hier de afgelopen jaren groeisprongen gemaakt van tientallen procenten. En zelfs nu – terwijl de economische machine van de westerse wereld krakend tot stilstand komt - worden er nog bescheiden stappen voorwaarts gemaakt. Binnen een half uur heeft al een handvol Polen me belangstellend gevraagd hoe het met de groei in Nederland staat. Het antwoord wordt steeds met een onmiskenbaar vleugje enthousiasme geabsorbeerd.

Ik mag het podium op. Ik vertel mijn verhaal over SOA (niet als een op zichzelf staand concept aan de bedrijfsvoering slijten, aan de ene kant gebruiken om te simplificeren aan de andere kant om op goed gekozen plekken in de organisatie meer flexibiliteit en inzicht te brengen) en gooi er ter afsluiting wat visioenen van Web 2.0 tegenaan. Denk vooral niet dat het allemaal nieuw is voor de Polen: de thuismarkt floreert, de toepassingen zijn modern en de uitstekend geschoolde it-professionals nemen hun werk bloedserieus.

Dan is het tijd voor lunch. Ik zit aan tafel met directeuren en vind het pijnlijk dat je dit type in het westen niet op een congres over IT zult tegenkomen. De man tegenover me is een topmanager van een grote warenhuisketen. We kijken door het raam uit op het paleis van Cultuur en Wetenschap, een norse wolkenkrabber die tegen wil en dank is uitgegroeid tot het bekendste beeldmerk van Warschau. Mijn tafelgenoot heeft nog in deze klomp – ooit door Stalin aan de Poolse staat geschonken – gewerkt. Zoals zoveel landgenoten staat hij ambivalent tegenover het communistische verleden. “Nooit meer” bezweert hij me.

Toch mijmert hij even weg. “Al die nieuwe technologie, dat snelle reageren, die extreme flexibiliteit: we rennen als dwazen achter de waan van de dag aan”. Hij vertelt me over Office Power: een verschijnsel uit de communistische tijd waarin aanvragen wekenlang op het bureau van een ambtenaar konden liggen. Pas als de stapel zo groot werd dat de druk ervan voelbaar was, werd de hele reeks in een klap verwerkt. Je kon daarom nog zo’n haast hebben, het grote dempende kussen van het kantoor herleidde alles tot een eigen ritme. De Pool kijkt me vorsend aan. “Gebruikers met hun wensen, ze veranderen elke dag en tegenwoordig kunnen we dat nog honoreren ook. Zo nu en dan een vleugje Office Power om te herbezinnen, het lijkt me wel gezond”.

Hij kijkt naar buiten en heel even trekt die oeroude, Slavische melancholie over zijn gezicht. Vroeger, het had zo zijn leerzame kanten.

Gepubliceerd in IT Executive, 30 juni 2009